Het boeddhisme in Cambodja is voor mij nog steeds een groot raadsel.
Het lijkt er op dat het een mengelmoes is van boeddhisme, hindoeïsme en oeroude natuur religies.
Het boeddhisme is geen religie omdat het geen voorgeschreven geloof bevat. Dus ook niet het geloof in één of meerdere goden. Het vereert zelf geen goden, maar kent zeven fases om verlicht te raken. Fases die een einde moeten maken aan allerlei verleidingen waar een mens bloot aan staat. Diegene die al deze fases met succes heeft doorlopen, mag zich een boeddha noemen. Er zijn er daar niet veel van. De allereerste boeddha, is al heel lang dood. Iedere boeddhist is vrij om daarnaast te geloven wat hij of zij wil.
Sommige Cambodjanen geloven in de goden vanuit het Hindoeïsme, zoals Brahma, Shiva, Vishnu en Ganesha. Anderen, vooral ouderen, zijn er van overtuigd dat de overledenen een tijdje als geest opereren, alvorens ze naar een volgend leven gaan. Ook een combinatie van beiden komt vaak voor.

De meeste Cambodjanen geloven in reïncarnatie, maar het boeddhisme hier zegt daar niets over.
Als ik daarover iets aan een monnik vraag, krijg ik steeds het antwoord dat hij het niet weet…. reïncarnatie zou kunnen, geesten zouden kunnen, hindoeïstische goden zouden ook kunnen.
Toch zijn er allerlei rituelen waarbij mantra’s worden gezongen of gebeden worden opgezegd, waarbij meestal monniken bij betrokken zijn.

Waarom mantra’s en gebeden als er geen goden of geesten zijn?
Het Cambodjaanse boeddhisme erkent de verschillende geloven dus niet, maar faciliteert ze wel.
Veel ceremonies en rituelen worden dan ook door monniken uitgevoerd, maar zijn niet boeddhistisch.
Monniken worden hoog geacht door de bevolking. Als er in Phnom Penh een monnik met een oranje parasol langs een bar met sexy dames wandelt, stappen er altijd één of meerdere dames naar hem toe, geven hem wat geld, gaan op hun knieën en blijven in die houding tot de monnik zijn gebed over haar heeft uitgesproken.
Kennelijk worden monniken gebruikt om het geweten te stillen, zoals de biecht in het Katholicisme.
Toch is het een stuk gemakkelijker om boeddhistisch monnik te worden dan een katholieke priester.
Ik sprak laatst met mijn zwager die anderhalf jaar geleden besloot om eens een maandje monnik te zijn.
Hij heeft zich daar een korte tijd op voor moeten bereiden door enkele mantra’s uit het hoofd te leren.

Daarna volgde er een ceremonie die een hele dag in beslag nam, compleet met grote donaties van de aanwezigen, het kaal scheren van zijn schedel en het verwisselen van zijn burgerkleding door een oranje pij.
Na een maand werd hij weer burger en ging via Facebook kleding verkopen.
Toen ik hem vroeg of dat genoeg verdiende, zei hij dat dat niet zo was. Hij overwoog nog om eventueel in Japan te gaan werken en als dat niet zou lukken, kon hij altijd weer monnik worden.
In ieder geval was mijn achting voor de boeddhistische monnik door dit antwoord een stuk lager geworden.

Ook het feit dat er kinderen vanaf 5 jaar oud door hun ouders aan de pagodes werden aangeboden als aspirant monnik, vind ik dubieus. Zeker als blijkt dat het hier vaak om zeer arme gezinnen gaat en de motivatie van deze ouders een combinatie is van de eer om een monnik in de familie te hebben met het voordeel een mond minder te hoeven voeden.
Een van de 7 fases om Boeddha te worden is om niet meer open te staan voor seksuele verleidingen. Voor de jonge monnikjes hoop ik dat hun collega’s deze fase in ieder geval hebben afgerond.
Mooi verhaal weer Hans!
LikeLike