Ik wandel vaak langs de rijstvelden, gemiddeld zo’n 5 kilometer per dag, en ik kom toch wel om de dag een slang tegen.
Er zijn veel slangen in Cambodja, en zeker ook hier in de omgeving van het dorp. Ze zijn er in alle soorten en maten en een deel is ook zeker gevaarlijk. Hele grote slangen zie je gelukkig minder vaak. Ik heb er daar pas 1 van gezien, en die was dood.

Maar ook de kleinere en middelgrote slangen zijn niet altijd ongevaarlijk. Het lastige is dat je niet op tijd weet of het een giftige of een niet giftige slang betreft.
Je ziet praktisch nooit de gehele slang vol in beeld voor je je conclusies kunt trekken. Dus in de praktijk en voor de veiligheid ga je er maar vanuit dat ze gevaarlijk zijn.
In Nederland kwamen we ooit een adder tegen op het wandelpad, dat vonden we best bijzonder en gingen toen rustig op korte afstand naar hem zitten kijken en fotograferen.
In Cambodja was mijn eerste kennismaking met een slang in Angkor Wat, onze gids zag hem op zeker 25 meter afstand en wilde beslist niet dichterbij. Ik ging wel iets verder om hem te fotograferen, maar door zijn paniek vond ik 15 meter ook wel genoeg. Het was niet eens zo’n grote slang.

De gids vertelde me dat slangen supersnel kunnen zijn, sneller dan een mens kan rennen.
Later, toen ik hier in Melop woonde, heb ik er dus veel meer gezien, en ook merkte ik dat de Cambodjanen eigenlijk allemaal wel angstig, dan wel zeer voorzichtig zijn voor slangen.
En dat ze snel zijn heb ik ook al enkele keren gezien. Gelukkig voor mij kwamen ze geen van die keren mijn richting op.
Vanna vertelde me dat de doktersposten hier geen tegengif hebben bij een slangenbeet, dus als je door een zwarte mamba of cobra wordt gebeten, heb je een serieus probleem.
Maar daar ben ik nog geen groot exemplaar van tegengekomen.
Als ik buiten tussen de rijstvelden wandel, doe ik dat (sinds ik deze kennis heb) altijd rustig, goed kijkend waar ik mijn voeten neer zet. Slangen hebben een uitstekend reukvermogen en ik ga er maar vanuit dat als ze een zwetend object aan ruiken komen, ze wel een stukje verderop gaan liggen zonnen.
Tot op heden heb ik gelukkig nog geen gevaarlijke situatie meegemaakt op slangen gebied.
Normaal gesproken komen slangen niet graag in bewoond gebied, maar als de moesson het buitengebied onder water gaat zetten, wordt hun leefgebied een stuk kleiner en gebeurt dat dus wel regelmatig.
De afgelopen maand hebben wij al 2 keer bezoek gehad van een slang, en ik denk dat er s’nachts ook wel een paar bezoekjes zijn geweest, aangezien de honden soms erg opgewonden blaften, en dan gaat het vaak om slangen.

Deze dobbelsteenslang verscheen na een zware onweersbui op onze veranda, achteraf bleek hij niet giftig te zijn, maar dat wist ik toen nog niet. Hij hinderde ons niet echt, dus hebben we hem maar gewoon laten zitten. De volgende ochtend was hij weer verdwenen.

Deze kleine slang zat hoog bovenin ons toegangshek toen Vanna hem zag.
Dit bleek een vliegende gouden boom slang te zijn, deze is wel giftig, maar ook daar hebben we niks mee gedaan. Een uurtje later was ook hij verdwenen.

Deze bezoeker, die wat te dicht bij de keuken rondhing, was dan wel geen slang, maar evengoed ongewenst. Deze hebben we niet laten gaan, nadat mijn sandaal deze schorpioen in 4 stukken had vertrapt, heb ik hem voor de foto nog even herschikt. Sorry.
De dorpsbewoners hebben een huismiddel om slangen te weten van hun erf en huis.

De meesten van hen wonen in “zeer goed geventileerde” woningen, zoals deze hierboven, waar slangen gemakkelijk in kunnen kruipen, dus is zo’n middel zeker geen overbodige luxe.

Er worden schijfjes limoen bij alle ingangen gelegd. Slangen schijnen een hekel aan die lucht te hebben, dus in regentijd zijn de limoenen niet aan te slepen, en zijn ze ook relatief duur.
Ik blijf slangen fascinerende beesten vinden, maar ik ben er ook wat voorzichtiger mee geworden, maar het hoort bij Cambodja.