Op het platteland is politiek een onderwerp waar niet of nauwelijks over gepraat wordt.
Sinds het bewind van Pol Pot, begin jaren zeventig, zit de schrik er nog steeds in en is het vertrouwen in de politiek uiterst klein.
Iedereen wil natuurlijk een beter leven voor zichzelf en voor zijn/haar kinderen, maar dat dat via de politiek bewerkstelligd zou moeten worden, daar gelooft men niet in.
De verschrikkingen die in de jaren zeventig hebben plaatsgevonden liegen er niet om, maar de belangrijkste reden om er niet over te praten ligt (volgens mij) toch in het feit dat in ons dorp (en overal in Cambodja) slachtoffers en “daders” naast elkaar leven.
Ik zet “daders” hier tussen aanhalingstekens, omdat veel van hen in feite ook slachtoffers waren.
Mijn jongste zoon Robin (die afgelopen zomer, samen met zijn broer Timo, 4 weken in Cambodja is geweest) zit in het examenjaar van het VWO en is bezig met een presentatie over de Rode Khmer. Hij heeft een interview afgenomen bij mijn overbuurman, die, gezien zijn uitspraken, waarschijnlijk tot de “daders” behoorde.

De man vertelde onder andere dat er in die tijd onmenselijke keuzes werden gegeven door de leiders van het bewind. Er moesten mensen worden vermoord, maar weigerde je dat, dan werd je zelf gedood.
De leiders zijn inmiddels grotendeels berecht, maar om op een feestje plezier te hebben met iemand die jouw familie heeft vermoord (al of niet in opdracht) vraagt toch wel veel begrip.
Het gemakkelijkst is dan toch maar om er niet over te praten.
Mijn Vanna was 3 jaar toen ze met haar ouders Phnom Penh moest verlaten, haar vader was onderwijzer en heeft dat niet overleefd. Vanna en haar moeder zijn op het platteland door familie opgevangen maar hadden eigenlijk ook gedood moeten worden (vrouw en kinderen werden ook omgebracht om eventuele wraakacties later te voorkomen).

Op Netflix is een film te zien met de naam “First they killed my father”, waarin je de hoofdpersoon (een jong meisje) zo kunt verwisselen voor Vanna. Ik vond dat heel indrukwekkend om te zien.
Tot op dit moment weet Vanna nog steeds niets van haar vader. Alle foto’s en andere herinneringen zijn destijds vernietigd door haar moeder om maar geen bewijzen te bezitten dat ze tot zijn gezin behoorden. Ook in de officiële papieren is de arme man volkomen spoorloos gemaakt. Vanna’s moeder is later hertrouwd en Vanna heeft de naam van haar stiefvader gekregen. Zelfs op haar geboorte certificaat staat de naam van haar stiefvader en niet die van haar biologische vader. Het is alsof de man niet heeft bestaan.
Ook over de huidige politiek wordt niet gepraat. Van democratie is hier geen sprake aangezien er maar één partij is en de oppositie is verbannen. Het stemrecht is dan ook een wassen neus, maar stemmen is wel verplicht. De enige partij heeft vertegenwoordigers in alle lagen van de bevolking, die nauw contact hebben met de plaatselijke politiemensen en hun oren altijd open hebben.
Dat zorgt er dan ook voor dat de mensen hun mening maar voor zich houden, als ze die al hebben, want de meesten zijn er helemaal niet mee bezig en vertrouwen in de overheid is ver te zoeken.