Dorpskinderen

Voor de kinderen hier in Melop ben ik een soort Sinterklaas geworden (zonder de cadeaus)……ik zal uitleggen hoe dat is ontstaan.

Ik woonde in het oosten van Nederland en wandelde veel. Wanneer je iemand tegen kwam, was het heel normaal dat je diegene groette. Toen ik dus in Melop ging wonen, ging ik met deze gewoonte door. Voor mij gewoon, maar voor de Cambodjaanse bevolking kennelijk niet, maar ik begreep dat ze het wel leuk vonden, want er werd altijd gelachen als ik weer eens “hello” zei. Na een tijdje werd dat bijna een attractie. Zodra ik door de hoofdstraat liep, en de mensen zagen me, werd er standaard “hello” geroepen en zei ik hetzelfde terug. Als de ouders mij eerder dan de kinderen zagen, zag ik ze influisteren dat de “farang” er aankwam en gingen de kinderen aan de kant van de weg staan om me te begroeten. Sommigen gaven me zelfs een handje (geen Cambodjaanse gewoonte, maar ze hadden een keer gezien dat ik dat bij een peuter op moeders arm had gedaan). Ik blijf ook altijd wat terug zeggen, of ze nou 5 jaar zijn of 75.

Laatst was er een evenement bij de pagoda, een soort kermisje met wat draaimolens en eettentjes.

Omdat rijke dorpsgenoten die nu in Phmom Penh woonden en ruim hadden gedoneerd om het evenement te financieren per helicopter zouden aankomen, was er een erehaag gevormd van alle kinderen uit het dorp.

Ik was uiteraard ook nieuwsgierig naar het evenement en omdat de erehaag de enige entree was tot het pagoda terrein, en de weldoeners nog niet waren gearriveerd, liep ik daar dus ook maar doorheen. Nou…..het horen en zien verging me, echt in koren begroetten ze mij luidkeels. Toen begreep ik dus hoe Sinterklaas zich voelde.

Er zijn hier 2 scholen in de buurt, een basisschool (groepen 1 t/m 6) in Melop, en een highschool in Pae Raing (groepen 7 t/m 12). De kinderen gaan hier 6 dagen in de week naar school, netjes in een uniform. De meesten met de fiets en sommigen lopend of zelfs met de scooter, want vanaf een jaar of 10 zie je ze al op een scooter rijden.

Na school wordt er dan natuurlijk gespeeld, en altijd buiten (niet zo verwonderlijk in dit klimaat). Ze hebben altijd plezier, lijkt het wel. Ik heb hier eigenlijk nog nooit een huilend kind gezien, en ik zie echt veel kinderen.

Ze voetballen met een blikje, of soms met een kleine bal. Ze vliegeren hier ook veel met zelfgemaakte vliegers. Vissen doen ze ook maar dan vooral in de regentijd, want dan staat er overal water. Er wordt dan een hengeltje gefabriceerd van een bamboestokje en een draadje garen en een haakje. De dobber is van een stuk teenslipper.

Aan het eind van de regentijd hebben ze geen hengel meer nodig, dan vallen er overal zandgaten droog en kunnen ze de vissen gewoon met de hand vangen.

Hun moeders hebben er dan geen probleem mee dat hun kind dan van top tot teen onder de modder zit, tenslotte brengen ze toch ook eten mee.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag