Eerste vakantie maand in Cambodja

Nadat ik samen met Frans, de vriend die verantwoordelijk was voor mijn hele Cambodja avontuur, in september 2017 geland was in Phnom Penh, hij herenigd met zijn vrouw en ik fysiek kennisgemaakt met Vanna, zijn we enkele dagen in Phnom Penh gebleven.

Phnom Penh is een drukke stad, maar het wandelen over de boulevard, de vele markten, het eten in de gezellige restaurantjes en niet te vergeten de heerlijke voetmassages zijn voor ons genoeg reden om er regelmatig naar terug te keren.

Na enkele dagen gingen we met de taxi naar het huis van Frans en Ching, dat in het dorp was gebouwd waar de familie van Ching woonde. Dat was niet naast de deur, want de taxi deed er zo’n 3 uren over.

Onderweg kwamen we nog een Cambodjaanse lekkernij tegen die Vanna kocht om samen op te eten.

Het zijn uitgebloeide lotusbloemen. Het groen breek je open en dan zitten daar omhulde pitten in. Die pel je af en eet je op. Ze smaken naar nootjes.

In Ching’s dorp aangekomen, worden we verwelkomd door zijn familie en buren, en als Frans voor die gelegenheid een paar doosjes bier laat aanrukken, komt de stemming er aardig in. We blijven twee nachten slapen in hun huis, dat nieuw gebouwd is, maar wel in de Cambodjaanse stijl, op palen.

De volgende dag bekijken we de omgeving……

en bezoeken de lokale markt…..

S’avonds krijg ik een heel speciaal diner voorgeschoteld…..

Soep met gefileerde adder, en een beste dikke ook.

Het smaakte best goed…..het hield een beetje het midden tussen kip en gerookte paling, en die lust ik beide graag, dus was adder ook geen probleem.

De volgende dag vertrokken we met ons vieren met de taxi naar Sihanoukville, een flinke rit, maar er was genoeg te zien onderweg.

Sihanoukville is in mijn ogen eerder een enclave van China dan een Cambodjaanse stad.

Hoewel Boeddhisten worden geacht niet te gokken, en dat ook eigenlijk niet doen, zijn er in Sihanoukville een kleine honderd casino’s, omdat er zoveel Chinezen in de stad wonen.

In 2017 waren er nog echt Cambodjaanse stranden met ontelbare eettentjes en sjofel strand meubilair. In 2019 als ik er opnieuw ben, is het hele strand schoongeveegd en zijn er vele (Chinese) hotels in aanbouw.

Maar dit bericht gaat over 2017….

In Sihanoukville gaan we naar Otres2 een deel van de stad dat aan de kust ligt en huren daar 2 appartementjes rondom een zwembad.

Na enkele dagen vertrekken we met de speedboot naar Koh Rong, een bounty eiland voor de kust.

Op Koh Rong lijkt de tijd stil te hebben gestaan. De flowerpower heerst hier nog steeds. Lopend langs de bars en restaurants, komt het regelmatig voor dat de weed geur in je neus komt.

Oude slow blues hoor je er ook geregeld. De betaalbare appartementen en bungalows zijn echter behoorlijk primitief, en dat heeft ook wel weer wat op zo’n eiland. Het eiland “leeft” voornamelijk langs de kust, maar binnen die kuststrook leeft er nog echte wildernis, hoewel niet geheel onbezoedeld. Er gaat een trail van de ene kant van het eiland naar de andere kant, die door de jungle gaat en over een berg. Heel avontuurlijk om die eens te lopen. Hoewel mij afgeraden was om deze route alleen te lopen (slangen, apen en rotspartijen) heb ik dat toch gedaan, aangezien mijn reisgenoten al moe werden als ze er aan dachten en niet mee wilden.

Het was inderdaad een mooie route, onderweg een flinke aap gezien maar gelukkig geen slangen. Aan de andere kant van het eiland bleek echter een fikse afdaling gemaakt te moeten worden om het strand weer te bereiken. Het is gelukt, maar er waren momenten dat ik hem best kneep.

Op een foto zijn hoogteverschillen lastig te herkennen, maar ik schat zo in dat ik ca 100 m heb moeten afdalen onder een helling steiler dan 45 graden. Aan de andere kant van het eiland was weinig te beleven, gelukkig waren er wel wat bootjes en voor een paar dollar brachten ze me rondom het eiland weer naar de bewoonde wereld.

Nadat we een aantal dagen zeer relaxed hebben doorgebracht op dit prachtige eiland namen we weer de speedboot terug naar Sihanoukville. Daarna gingen Frans en Ching weer terug naar Phmom Penh. Wij zijn nog even gebleven alvorens op het vliegtuig te stappen die ons naar Siem Reap bracht.

Toen we op de luchthaven aankwamen stonden er al taxi’s klaar met snelle jongens die touristjes zoals wij, wel even zouden inpakken.

Nou dat is ook volledig gelukt. Naïef dat ik ben, leek het aanbod dat onze Engels sprekende chauffeur ons deed een prima manier om te zien wat we wilden zien.

Op zich klopte dat ook wel, we hebben Angkor Wat gezien, we hebben de floating village op Tonlé Sap gezien, maar zijn ook bij een traditionele dansvoorstelling geweest inclusief diner, waar flink voor betaald moest worden en waar we zo’n 40 meter van het podium af zaten en weinig zagen. Nadat de chauffeur ons gebracht had, zag ik hem bij de eigenaar van de zaal zijn bonus ophalen. Ook ben ik bij 3 meubelzaken geweest waar ik naar binnen moest gaan en zogenaamd interesse moest tonen. Dat deed ik om hem een plezier te doen, want hij kreeg dan van de portier coupons waar hij benzine voor kon tanken. (Later, in Bangkok probeerde een tuktuk rijder het ook, maar toen was ik voorbereid en stemde pas in als hij me korting gaf op de rit, die deal was snel gemaakt)

Maar al met al hebben we het toch best leuk gehad en hij regelde verder wel alles voor ons.

In Siem Reap hadden we een prettig hotel aan de rand van het centrum. Nightmarket binnen loopafstand.

Siem Reap is een prettige en gezellige stad, schoner en groener dan Phmom Penh. Het centrum heeft leuke restaurants en bars en de nightmarket is groot en heeft altijd wel iets wat je wilt kopen.

Op de eerste dag gingen we naar het Tonlé Sap, een gigantisch meer waar de Mekong op uitkomt.

Aan de rand van dat meer staat een heel dorp op palen. In het regenseizoen, dat van mei tot en met oktober loopt, staat dat dorp onder water en moeten de bewoners zich met bootjes vervoeren. Het zal niet zo vreemd overkomen dat dit dorp hoofdzakelijk uit vissers bestaat, waarbij het rondvaren van touristen een leuke aanvulling biedt op de inkomsten.

Heel kleurrijk dorp op palen, met elk huis een bootje voor de deur.

De volgende dag zeer vroeg gingen we naar Angkor Wat, dat is iets wat je toch een keer gezien moet hebben, het is een uniek tempelcomplex met duizenden hoofden van Boeddha.

Touristen betalen hier overigens flink voor. Een dagpas kost zo’n 37 dollar p.p. Cambodjanen hoeven niets te betalen. Als je drie dagen wilt gaan krijg je korting.

En dan natuurlijk nog even de tourist uithangen.

we waren er vroeg, waardoor we veel foto’s konden nemen zonder al te veel touristen.

Na nog een dagje Siem Reap, waar we in het nationaal museum nog veeeel meer Boeddha hoofden hebben bekeken, gingen we met een taxi terug naar Phmom Penh, juist op tijd om daar het waterfeest mee te maken.

Het waterfeest is het feest dat wordt gehouden tijdens de overgang van het regenseizoen naar het droge seizoen. Kenmerkend hierbij is dat de Mekong tijdens dat feest van stroomrichting verandert.

Het feest bestaat onder andere uit een roeiwedstrijd tussen zeer lange boten, elk met een roeier of 20 en een stuurman.

S’avonds is er een sprookjesachtige parade van prachtig versierde boten op de Mekong, gecombineerd met een groot vuurwerk.

Eén opmerking over 'Eerste vakantie maand in Cambodja'

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag