Toen ik in Cambodja ging wonen, wist ik natuurlijk wel dat het een arm land was, maar in het begin was het nog niet zo duidelijk waar die armoede zich bevond, en hoe groot de groep arme mensen was. In de stad zie je op het eerste gezicht minder van de armoede omdat het daar een beetje verscholen ligt achter de gevels. Als buitenlander zie je de bars, de restaurants, de supermarkten, de winkels….. één en al bedrijvigheid, maar in de praktijk hebben alleen de eigenaars van deze locaties het goed, wat ze ook duidelijk laten zien door rond te rijden in hun Lexus of SUV. Het personeel moet vaak hard werken voor heel weinig geld, en dan is het ook nog de bedoeling dat ze hun familie, elders in het land, geld sturen om ze te helpen overleven. Ze wonen soms bijna letterlijk in kartonnen dozen, één- of tweepersoonskamers die met hardboard wandjes opgesplitst zijn in vier of meer eenheden. Ze wonen dan in zo’n eenheid voor 40$ in de maand. Een kookgelegenheid hebben ze dan meestal niet en douche/wc ruimte moet worden gedeeld met velen. Ik heb het dan nog over de mensen die werk hebben. Er is ook nog een grote groep mensen die geen werk heeft, en die het moet hebben van bedelen, al of niet met de inzet van hun kleine kinderen. Pensioen en AOW kennen ze hier in Cambodja niet. De enige manier om zich van een redelijke oude dag te verzekeren is het krijgen van kinderen. Kinderen hebben de morele verplichting om hun ouders te onderhouden zodra deze niet meer kunnen werken, en vrijwel alle kinderen beantwoorden ook aan de verwachtingen die hun ouders daarvan hebben. Maar er is ook een groep ouderen die geen kinderen (meer) heeft. Zij zijn letterlijk veroordeeld tot het bedelen om geld, en gelukkig snappen veel mensen ook dat dit het geval is en geven ze ook. Ook zijn er veel mannen die invalide zijn geraakt, in en na de Pol Pot tijd, doordat ze één verkeerde stap hebben gezet in een gebied waar landmijnen lagen. Ook die mensen behoor je wat te geven, zegt Vanna, en daar ben ik het ook mee eens. De enige groep bedelaars waar Vanna niets aan geeft zijn de vele kinderen die door hun moeders de straat op worden gestuurd om geld. Zij vindt dat die moeders prima zouden kunnen werken, maar gewoon te lui zijn om dat te doen. Het is in Cambodja heel normaal dat de kinderen wonen en worden opgevoed bij hun grootouders, zodat de ouders dan geld kunnen verdienen.
Op het platteland is het verschil tussen tijd en arm minder duidelijk. Als je, zoals ik, in een dorp op het platteland van Cambodja gaat wonen, lijkt het daar op het eerste gezicht alsof het verschil tussen rijk en arm hier niet zo groot is. De huizen zien er over het algemeen hetzelfde uit. Een houten woning op palen. Alleen de staat van de woning verschilt nogal, van erg vervallen tot gloednieuw, wat een indicatie is voor de welstand van de bewoners. Veel huizen zijn ook al erg oud en zijn van generatie op generatie doorgegeven.



Het enige dat elk huis moet hebben is een waterpomp, waarmee het water in het droge seizoen uit de grond wordt gehaald, maar sommigen hebben dat zelfs niet en moeten dan het water bij hun buren halen. In de regentijd wordt het regenwater opgevangen in grote stenen bakken en gebruikt. Voordat het water gedronken kan worden, wordt het eerst gekookt en weer afgekoeld. Ook wordt dit water gebruikt voor de persoonlijke hygiëne en om de was te doen. De meeste huizen hebben inmiddels wel de beschikking over elektriciteit, maar de arme mensen gebruiken dat niet of nauwelijks. Als je bij zonsondergang gaat slapen en met zonsopgang weer wakker bent, heb je eigenlijk ook niet echt elektriciteit nodig.
Als een generatie geen kinderen heeft, en te oud is geworden om te werken, is er geen geld meer om het huis te onderhouden. Het beetje geld dat ze dan soms hebben, is dan nodig om van te leven. Het eten moet vaak zelf geteeld of gevangen worden. Af en toe wordt er wat verdiend met een klein klusje voor anderen in het dorp, maar dat is amper genoeg om van te leven.Luxe is er dan niet. Geen fiets, geen mobiele telefoon, geen sigaretten, geen bier…… Vaak heeft zo’n huis ook geen toilet en moet er buiten een plekje gevonden worden om de behoeften te doen. Tijdens mijn wandelingen zie ik regelmatig op een afstandje mensen gehurkt zitten. Uiteraard maak ik dan discreet een omweg.
Bedelen gebeurt er in het dorp niet of nauwelijks. Iedereen weet hier wel wie er hulp nodig heeft, en dat wordt ook vaak wel gegeven. Vanna heeft in Melop enkele bejaarde familieleden wonen, die geen kinderen en geen inkomen hebben. Als ze dan naar de markt gaat koopt ze wat extra fruit of vis en dat mag ik dan altijd naar die familieleden brengen.
De iets rijkere mensen onderscheiden zich door de aanwezigheid van luxe. Een televisie, een scooter voor zowel de man als de vrouw, mobiele telefoons en in sommige gevallen zelfs een auto. Dat laatste is eigenlijk alleen te veroorloven door mensen die een zaak hebben in de stad.
Erg rijke mensen wonen hier niet meer, die wonen nu in Phnom Penh of een andere stad. Af en toe, bij een evenement, komt er een helikopter naar het dorp en landt dan naast de pagode. Daar stappen dan mensen uit die oorspronkelijk uit Melop kwamen en daar nog steeds regelmatig iets sponsoren, zoals de bouw van de pagode, een muziekoptreden bij een feest….enz. Ja, het kan hard gaan in Cambodja. Heb je eenmaal een bedrijf en kun je gebruik maken van de spotgoedkope arbeidskrachten, het uiterst gunstige belastingklimaat en de goedkope gunsten van de overheid, dan kan het geld met bakken binnen komen. Dan kan er wel af en toe een feestje vanaf. Het viel me wel op dat die mensen als koningen werden binnengehaald, wat mij betreft ten onrechte, maar ik heb nu eenmaal wat tegen grote graaiers. In het dorp is het verschil in welstand vaak te zien door het kunnen tonen van één of meerdere statussymbolen. De belangrijkste daarvan is toch wel de scooter, dat is hier echt de “Heilige Geit”. Als er eenmaal scooters zijn worden er geen fietsen meer gebruikt. De scooter is er ook voor elke afstand groter dan 25 meter. Vanaf een jaar of 12 rijden ze hier al op die dingen, vaak ook met 3 of 4 personen of zelfs hele gezinnen, maar het staat natuurlijk beter wanneer je een scooter per persoon bezit.

Andere statussymbolen zijn het hebben van een smartphone, een televisie met antenne en een soms idioot grote karaoke set, waarvan het geluid tot achterin het dorp hoorbaar dient te zijn.
Hoewel de markt maar 3,5 kilometer van ons huis is verwijderd, wat toch een mooie fietsafstand is, wil Vanna graag een scooter hebben.Ik vind dat ze beter kan gaan fietsen, maar daar houdt ze niet zo van en tot op heden gaat ze steeds met een tuktuk of ze lift mee met de taxibus die elke ochtend naar Phnom Penh gaat. Dat kost haar dan 0.60$ per ritje. Ze gaat maar eens per week naar de markt en verder zou ze de scooter niet nodig hebben. Ik heb haar proberen voor te rekenen dat wanneer ze een scooter koopt van 2000$ (een tweedehandsje wil ze niet) ze dan de kosten er over 32 jaar uit zou hebben……ze zegt dat te snappen, maar elke maand komt de wens voor de scooter toch weer naar boven……tja….. statussymbool dus.