Inmiddels woon ik al weer 1,5 jaar onafgebroken in Cambodja. Wat eerst een vakantieland voor me was, is nu mijn thuisland geworden, hoewel Nederland toch altijd mijn vaderland zal blijven.
Als je hier gaat wonen, zeker als je dat gaat doen als enige buitenlander in een volledig Cambodjaanse gemeenschap, is jezelf aanpassen vrijwel noodzakelijk.
Ik denk dat ik daar ook redelijk in geslaagd ben, hoewel mijn Khmer nog steeds belabberd is en hoewel niemand mijn naam weet (woorden met een “s” aan het eind kunnen ze hier sowieso niet uitspreken) kent iedereen me hier als de “farang”, het Khmer woord voor buitenlander.
Ze hebben zich zelfs een beetje aan mij aangepast, want tegenwoordig roept iedereen die ik tegen kom “hello” of “soesedee” (goedendag) naar me, wat afwijkt van de normale begroeting hier op het platteland.
Het is hier namelijk de gewoonte om “mogpiná” (van waar kom je?) of “towná (waar ga je heen?) te roepen tegen iemand die je onderweg tegenkomt.
Maar ook als ik “soesedee” roep, laten ze me bijna altijd zien wat ze bij zich hebben en wijzen ze in de richting waar ze heen gaan.
Vanna vertelde me dat ze je alleen aanspreken wanneer ze je kennen en accepteren, dus voelt dat in ieder geval goed.
Qua eten heb ik me nog het meest moeten aanpassen.
Ik ben, zoals mijn moeder altijd zei, nogal “vies uitgevallen”, met andere woorden, ik zal niet snel uit een glas drinken waar iemand anders al uit gedronken heeft, of iets eten waar een ander al aan begonnen was.
Maar dat is iets dat je hier snel moet afleren want als er hier met een aantal mensen samen wordt gegeten, staan er schalen op tafel en krijgt iedereen een bord met één lepel of twee eetstokjes. Met die lepel schep je dan het eten van de schaal op je bord en gaat eten.
Als je het hebt opgegeten (met de lepel) gaat diezelfde lepel weer de schalen in om de volgende gang op te scheppen. In het begin zorgde ik er voor dat ik voordat mensen hun 2e portie gingen opscheppen, voldoende op mijn bord had, maar later ben ik wat minder kritisch in die dingen geworden.
Ook qua ingrediënten moest ik me aanpassen. Vanna kookt lekker, maar is natuurlijk wel een echte Cambodjaanse en dat geeft wel eens verrassingen.

Papaja salade bijvoorbeeld is iets waar ze dol op is, maar daar worden soms gekookte krabben (en niet die mooie rode die je in een restaurant kunt eten, maar kleine zwarte) in stukjes in mee geroerd, met schaal en al. Dus, al salade etend, kauw je ineens op een harde krabben poot, die je dan uit moet zuigen alvorens verder te eten…..

Ach, ik ben inmiddels wel wat gewend, en probeer alles, al is het maar om Vanna te plezieren, maar het beeld van een lekkere karbonade of witlof met ham en kaas, dat blijft toch soms in mijn gedachte als ik de zoveelste rijstmaaltijd tot mij neem, want rijst eet je hier altijd, en de hele dag door en dat is ook iets waar ik echt aan moest wennen.
Vanna kookt meestal rond 10 uur s’ochtends, vaak is dat een soepgerecht met groenten en varkensvlees, dat samen met de rijst wordt genuttigd. Dat eten we dan tegen een uur of 11. Er is dan nog veel over, zodat we s’avonds tegen 17 uur hetzelfde nog eens eten, waarbij de soep wordt verwarmd en de rijst niet.
Als er dan nog wat over is, wordt dat de volgende ochtend rond 7 uur als ontbijt gegeten.
Waar ik nog steeds moeite mee heb, is het water dat bijvoorbeeld voor de soep wordt gebruikt.
In de droge tijd is dat grondwater dat vanaf 25 meter diepte wordt opgepompt, maar in het regenseizoen is dat het regenwater dat via het dak en een pijp wordt opgevangen in bassins.

Vanna zegt dan wel dat de regen pas wordt opgevangen als het eerst een tijdje (hard) heeft geregend, maar ik weet ook dat er zich altijd ratten rondom het huis bevinden (elk huis hier op het platteland) en vogels op het dak, zodat ik me haast niet kan voorstellen dat er nooit vogel- of rattenpoep in het water terecht komt.
De soep wordt weliswaar altijd goed doorgekookt, maar ik blijf het een onsmakelijke idee vinden.
Toch is dit niet discussieerbaar met Vanna. Die doet dit al haar hele leven en zegt ook te weten dat het drinkwater dat je kunt kopen in 25 liter flessen op dezelfde wijze wordt gewonnen.
Ook hier heb ik me inmiddels bij neergelegd, en heb eigenlijk nog nooit iets opgelopen, nooit buikpijn of iets dergelijks.
Waar ik ook erg aan moest wennen is de tijd van wakker worden in de ochtend, en de tijd dat we gaan slapen. Kunstlicht verbruikt electriciteit en dat kost geld. De zon komt hier gemiddeld op rond 5.30 uur en gaat onder om 17.30, dus om daar zoveel mogelijk van te profiteren is het dus handig om ook op te staan bij zonsopgang en niet te lang na zonsondergang te gaan slapen. Dat doet dus ook iedereen hier in het dorp. Rond 6 uur s’ochtends gaan de winkeltjes al open en zie je al veel activiteit in de buurt. Daarentegen is het rond een uur of 19.00 al erg stil (behalve als er een karaoke feestje in de nabijheid bezig is, maar dat terzijde). Wij staan eigenlijk altijd tussen 5.30 en 6.00 uur op en gaan ook bijna altijd naar bed rond 20 uur.
Ik moest er aan wennen, maar tegenwoordig kost me dat geen enkele moeite meer. Zeker in het droge seizoen is het heerlijk om door de rijstvelden te wandelen als de zon opkomt, het is dan nog niet te warm en het is een heerlijk begin van de dag.
Het laatste wat ik nog wil noemen is de tolerantie onder de Cambodjanen en die van mijn dorpsgenoten in het bijzonder.
Daar moest ik ook erg aan wennen. Iedereen accepteert eigenlijk alles van iedereen. Of het nou harde muziek is, of te hard rijden over de dorpsweg, of de hond van de buren die één van je kippen doodt en opeet……er wordt nooit iemand ergens op aangesproken.
Er wordt wel iets van gevonden, maar men vindt het de verantwoordelijkheid van de persoon zelf en als die persoon verzaakt om er wat aan te doen, heeft die een minpuntje op zijn imago bijgeschreven gekregen, wat tot een mindere populariteit leidt.
Hier moest ik dus ook erg aan wennen. Als de karaoke avond van de buren zeer luid verliep en na 20 uur nog steeds volop bezig was, had ik de neiging om daar iets van te zeggen maar werd daar dan door Vanna van weerhouden.
Ook hieraan raak je gewend, maar je snapt daardoor wel hoe het kan dat door de jaren heen machthebbers keer op keer van de bevolking kon profiteren, ze protesteren namelijk toch niet.
Dit was mijn 49e blog bericht. Ik merk dat het me steeds meer moeite kost om elke week weer een geschikt onderwerp te vinden.
Ik ga daar dan ook even mee stoppen. In plaats van een wekelijks bericht, wil ik een bericht publiceren als er zich een onderwerp aan dient. Dat kan snel zijn, maar zou ook een maand kunnen duren.
Volgende week, wil ik, in mijn 50e bericht, de mooiste foto’s van de afgelopen 1,5 jaar tonen, en daarna zal de frequentie dus gaan afnemen.
Bedankt aan iedereen die mijn blog is blijven lezen en dat hopelijk ook blijft doen.
Het lukt je wel om steeds boeiend te blijven Hans.!!
LikeLike
49 interessante blogs. Knap hoor…
LikeLike
De blogs blijven interessant om te lezen, en ik vind het heel knap hoe jij je weet aan te passen.
LikeLike
Weer een mooi verhaal Hans. En je moeder moest eens weten waar je nu als pensionado vertoeft. je vader ook trouwens…. Hou je goed en er kom vast weer inspiratie voor een nieuwe blog. En 1 x per maand is toch ook leuk….
LikeLike